Erfgoedplus.be vind meer dan je zoekt

Navigation Search

Nieuwsbericht

Kapel 'O.L.V. Onbevlekte Ontvangenis' in Kessel-Lo

Ergoedcel Leuven heeft de ambitie om samen met de parochiegemeenschappen al het religieus erfgoed van de Leuvense kerken in Erfgoedplus te registeren.
Ook kleine kapellen ontbreken niet in dit overzicht. De kapel van Zavelstraat in Boven-Lo (deel van Kessel-Lo) is een perfect voorbeeld van deze ambitie.
De kleine maar charmante collectie kan je via deze link bekijken. 

Van volksdevotie naar stille liturgie: de kapel van de Zavelstraat

Een devotiekapel

Stemmig gelegen in de afzink van de Langelostraat-Zavelstraat (Kessel-Lo/Boven-Lo) vind je, licht verhoogd terzijde van de weg, de ‘kapel van de Zavelstraat’. Ze is gebouwd in een sobere neogotische stijl, met een elegant torentje. Boven de inkom staat, in het cement geslepen, een verweerd inschrift: “Gesticht ter ere van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekte Ontvangenis door Marie Pauline VAN INTHOUDT in 1889”. De opdracht aan Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen kan niet verwonderen. De verschijning in Lourdes ("Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis") dateert van 1858 en de verering voor de Onbevlekte Ontvangenis was, nadat dit gegeven door Pius IX in 1854 tot dogma werd verheven, daarmee in volle opgang. We mogen ons gelukkig prijzen dat de stichteres koos voor een mooie kapel en niet voor een zoveelste Lourdesgrot, zoals die eindeloos veel private tuinen en publieke parken zijn gaan ‘sieren’. Heel dikwijls is de oprichting van een dergelijke kapel verbonden met een genezing of een andere gunst. Of dat hier ook zo was is niet geweten. Wel is uit de overlevering bekend dat de mensen hier kwamen bidden om van hun maagkwalen te genezen. Een andere traditie zegt dat hier ook Sint-Donatus werd vereerd ter bescherming tegen onheil van donder en onweer.

‘De tand des tijds’

De stichteres was eigenares van de grond en er was (bij een eerste overdracht?) bepaald dat de kapel niet mocht worden afgebroken zolang de oprichters nog leefden. De kapel werd lange jaren onderhouden door de familie van de oorspronkelijke eigenaars (Nackaerts-Jespers) en na verkoop de latere eigenaars (Jordens en Van Sina). Maar de ‘tand des tijds’ deed zijn werk en de kostprijs om diens honger te stillen werd al maar groter, wat begrijpelijk de emotionele verbondenheid met de kapel niet ten goede kwam. De kapel geraakte steeds meer in verval, de inboedel werd of geroofd of vernield, het klokje verdween, het dak viel in, de deur zakte uit de hengsels… Een krot dus, waarvoor de stad, waakzaam bestrijder van krotwoningen, een steeds grotere belasting hief, in 1983 fors opgetrokken van 7.500 tot 55.000 frank (na onderhandelingen gereduceerd tot 35.000 frank). Er is wel erg veel vroomheid gevraagd om dan niet aan slopen te denken. Maar aanvragen daarvoor in de jaren tachtig werden bij herhaling geweigerd.

Vanaf 1990 keerde gelukkig het tij. Een gepensioneerde binnenhuisarchitect uit Linden, naar men zegt zelf maaglijder, geraakte op zijn wandelingen geboeid door de kapel in ruïne. Hij en zijn echtgenote (Paul en Rosie Poels-Evers) hebben zich met succes ingezet voor het behoud en het herstel van de kapel. Een poging van burgemeester Alfred Vansina in 1992 om tenminste de aankoop van de grond te laten financieren door publieke sponsoring bracht hooguit 50.000 frank. op, ongeveer een zesde van wat alleen al voor de aankoop van de grond geraamd werd. Uiteindelijk besliste de stad Leuven om de hele operatie op zich te nemen, als onderdeel van haar zorg voor het cultureel patrimonium in de stad. Met eigen personeel van de stad werd de kapel grondig gerestaureerd (voor een kostprijs van ongeveer 500.000 frank) en op 15 juli 1999 ingezegend door deken Jan Van Hellemont, in tegenwoordigheid van een sterke vertegenwoordiging van het stadsbestuur en de lokale gemeen-schap. In het archief van de parochie steekt nog een schets voor stijlvolle nieuwe banken ontworpen door de heer Poels. Het wekt de indruk dat deze binnenhuisarchitect ook wel artistieke dromen koesterde voor de herinrichting van het interieur. Maar meer dan een dozijn zitplaatsen kon dat niet geven en in de buurt leefden andere plannen.

‘Voor ons is het ook allemaal ver’

In Pellenberg werd in 1958 (1960?) een grote volkmissie gepredikt. Voor de bewoners van die verre uithoek staken de paters oblaten de straat over naar de kapel (grondgebied Boven-Lo) waar ze een grote tent aanbouwden, een initiatief met blijvende gevolgen. Aan de overkant van de kapel op grondgebied Pellenberg stelde Marieke Piron haar schuurtje (4 op 10 m) ter beschikking voor elke zondag twee missen. Uit een dagboek van de paters van Scheut blijkt dat op zaterdagavond de biecht gehoord werd bij de pompsteen in het aansluitende keukentje van Marieke. Het vuil van ziel en gerief afspoelen en met een proper bord de week beginnen. Dat het schuurtje - niemand weet hoe - de nobele naam kreeg van het ‘basiliekske’ kon echter niet beletten dat het snel erg bouwvallig werd. Een heel wat grotere barak die in het noviciaat van Scheut in Zuun (Sint-Pieters-Leeuw) dienst had gedaan als refter voor de novicen werd (met de hulp van de theologiestudenten van Scheut uit Leuven) overgebracht en opgetrokken in de plaats van het schuurtje en daarmee op zijn beurt verheven tot de rang van ‘basiliek’. De paters van Scheut verzorgden er, in afspraak met de parochie van Pellenberg, de diensten voor de gelovigen uit de buurt.

De straat over: van de basiliek naar de kapel

Ook deze basiliek was echter opgetrokken uit materialen met een beperkte levensduur en kwam steeds dringender aan vervanging toe. De gerestaureerde kapel deed meteen de buurtbewoners dromen: ‘als we nu eens …’. ‘Is dat daar wel groot genoeg?’ ‘Jaja zoveel stoelen kunnen er staan.’ Geen banken dus, maar praktische vindingrijkheid, ook al moest de stijl dan hier of daar iets inboeten. De plannen waren rijp in geen tijd. Ze vroegen wel wat overleg omdat de straat oversteken meteen betekende van parochie veranderen: van Pellenberg naar Boven-Lo. Buurtbewoners engageerden zich om in te staan voor de praktische aangelegenheden en de paters scheutisten wilden verder voor de diensten instaan. Door de goede zorgen van meerderen (onder meer pastoor Ludo Hendrickx van de onthaalparochie en de familie Poels) werd meubilair bijeengebracht: een altaar, stoelen, een tabernakel en enkele beelden om de kapel wat aan te kleden. Zo kon de kapel onmiddellijk na de restauratie in gebruik genomen worden voor liturgische vieringen op de uithoek van twee parochies. Tot het vertrek van de Paters van Scheut in 2019 uit Kessel-Lo werd de eucharistie gevierd onder leiding van pater Rasschaert die zich sinds 1994 trouw inzette voor de kleine buurtgemeenschap rond de kapel. 

Bron: VERSTEGEN, R. Bijdragen tot de geschiedenis van kerk en parochie Heilige Familie Boven-Lo, Kessel-lo, 2016, 59-60.

Print deze pagina